Osho Zen - tarot
klik op de kaart als je nog een kaart wilt trekken...
|
VIII - Moed |
|
Op deze kaart staat een kleine bloem die de rotsen en stenen
op haar weg heeft getrotseerd en naar het daglicht is gegroeid. Omgeven
door een aura van stralend, goudkleurig licht, toont ze de luister van
haar piepkleine zelf. Ze schaamt zich niet, ze is de gelijke van de
stralendste zon. |
|
Het zaad kan niet weten wat er gaat gebeuren, het zaad
heeft de bloem nooit gezien. En het zaad kan niet eens geloven dat het
de mogelijkheid heeft een prachtige bloem te worden. De reis is lang
en het is altijd veiliger niet aan die reis te beginnen, want het pad
is onbekend, er zijn geen garanties. Er kunnen geen garanties zijn.
De reis kent duizend-en-één gevaren, vele valkuilen -
en het zaad is veilig, het zit verscholen in een harde kern. Maar het
zaad doet zijn best, het spant zich in; het laat de harde schil los
die voor zijn veiligheid zorgt, het komt in beweging. Meteen begint
de strijd: het gevecht met de grond, met de stenen, met de rotsen. En
het zaad was heel hard en het jonge plantje is heel zacht, er dreigen
vele gevaren. (Uit: Dang dang doko dang, hoofdstuk 4) |